Nieuws

Kraftwerk koffer 228-delig
RUSTYCO Reactor !!
Nieuwe reactor maakt bouten los die ECHT vast zitten !!

Huva Webshop
Huva Webshop

Huva Bandenshop
Huva Bandenshop

Ik Wil onderdelen.nl
online shop

Diagnose Expert
Diagnose Expert

Ik Wil onderdelen.nl
online catalogus

BPW the quality factor
BPW

SAF
SAF

Waar moet een APK-koplamptester per 1-4-2012 aan voldoen ??

Het koplampafstelapparaat. Altijd doet het trouw dienst, maar vanaf 1 april 2012 moet het voor de APK ineens aan een nieuwe definitie van ‘deugdelijke en goede staat van onderhoud’ voldoen. Wat betekent dat precies?

In de toezichtbeleidsbrief die hoort bij de wijzigingen in de APK-regelgeving per 1 -4-2012 staat wanneer een koplamptestapparaat wordt gezien als ‘deugdelijk en in goede staat van onderhoud’:
A. de voet, de zuil, het vizier, de verstelinrichtingen en de optiekkast waaronder de lens en het projectievlak zijn niet dusdanig beschadigd dat de werking van het apparaat beïnvloed wordt;
B. de verstelinrichtingen zijn spelingvrij en werken zoals oorspronkelijk bedoeld is;
C. als de koplamptester op rails is gemaakt, moeten de rails aanwezig zijn en niet dusdanig beschadigd zijn dat de werking van het apparaat beïnvloed wordt.
D. de optiekkast is waterpas gemonteerd ten opzichte van de voet, of de optiekkast is waterpas te stellen ten opzichte van de voet.



Verder stelt de Regeling Voertuigen, hoofdstuk 8 (Meetmiddelen), artikel 8.4.110 de volgende eisen aan het koplamptestapparaat:
A. indien de stralenbundel van een koplamp met ingeschakeld dimlicht op de lens van het apparaat wordt geprojecteerd, moet de lens een beeld weergeven dat in verhouding nauwkeurig overeenkomt met het beeld dat door de stralenbundel wordt gevormd op een verticale wand die zich op 10 m van de koplamp bevindt;
B. het projectievlak van het apparaat dient zodanig te zijn uitgevoerd of te kunnen worden versteld, dat hierop direct de minimale en maximale hoogte-afstelling van de koplampen voor iedere beladingstoestand van alle voertuigen kan worden gecontroleerd;
C. de verstelbaarheid van het apparaat in verticale richting moet zodanig zijn dat koplampen waarvan de onderzijde zich ten minste 0,35 m en de bovenzijde ten hoogste 1,20 m boven het wegdek bevindt, met het apparaat kunnen worden gecontroleerd;
D. het apparaat moet zijn voorzien van een inrichting waarmee het met een nauwkeurigheid van 5 graden in plus en in min ten opzichte van de lengtehartlijn van het voertuig kan worden gericht. Indien het apparaat is gemonteerd op rails, moet het ten opzichte van de rails ten minste 5 graden naar links en naar rechts kunnen zwenken.
E. de afstelling van het apparaat moet op eenvoudige wijze kunnen worden gecontroleerd.

BRON: AMT.NL